OVERWIN HEDENDAAGSE SPOKEN MET POEZIE OP FESTIVAL ONDERUIT

“Wie in iets gelooft, wil graag dat het er is, maar weet het natuurlijk nooit zeker!”

Het Spookverlaat is een prachtig gebied voor het loslaten van de verbeelding. In de tweede editie van Festival Onderuit met als thema “Het platteland bestaat niet” neemt ook de legende van Amalia en Frederik een centrale plaats in. De geest van Frederik schijnt namelijk in het gebied van het Spookverlaat rond te zwerven, want hij is daar ongelukkig in het water terecht gekomen. De vraag daarbij is wie er in het spook van Frederik gelooft, maar ook of er hedendaagse spoken zijn en of die te overwinnen zijn.
Tijdens een poëzieworkshop werd die stap genomen.

In de vogelkijkhut "Amalia" verwoordden plaatselijke dichters onder leiding van Albert Dorrestein hun gevoelens.

Wil v.d. Salm

WORKSHOP POEZIE IN DE VOGELKIJKHUT

Het is zwoel
aan het Spookverlaat
een schrale wind
strijkt over het water
door de kijkgaten
van de vogelhut
langs hardgroene brandnetelbossen
over net geschoren stoppellandschap
onbestemde lucht
dwaalt langs huid en haar
langs huis en hem
ongrijpbaar zonder naam
windmolens werpen hun schaduw
een reiger stokstijf
Frederik in het verschiet?
Dit is het moment,
ik pak
pen en papier
en schrijf de spoken in mij los.

Amalia

zielsalleen
spiegelt
het water

haar hart
in tranen
gebroken

verloren
de dagen

samen
waren zij
eeuwigheid

nu
zielsalleen
spiegelt
het water
verzopen
allenigheid

Spookbeelden

’t wordt al maar warmer
smeltend  ijs
water
stijgt naar onze kelen

weilanden vol
ronddraaiende, drijvende auto’s
verkeersregelende watervogels
doen hun best
botsingen te voorkomen

roetdeelhoudende longen
happend naar lucht
krijsende stemmen
iedereen de weg kwijt

verdronken bomen
groene haardossen
als bakens op zee

mensen
zwemmend in overvloed
richtingloos
wie ziet nog
waarin we verdrinken?

zijn dit spookbeelden ?
of is het al begonnen
en steken we onze koppen in het veen?

 

Ortrud Brandes

AMALIA

Amalia zit op de sluis
haar voeten in het water
het is heel stil op dit geklater
na
van bungelen
en steentjes gooien
en kersenpitten spugen
En Frederik zit in het riet
zat hurkend al te wachten
‘je bent er wel, je bent er niet’
hoort hij
en zucht en snikt
en kucht ontrukt
en koelt zijn pols in kikkerdril
ze horen allebei het lied
de vlagen wind
die door de grassen sissen
-missen-
soms doemen vlassen slierten op
een verscholen kop
‘je bent er wel, je bent er niet’
Amalia Amalia
je zit daar op de sluis
tot ik ben halfbevroren
tot in het ochtendgloren
van de allerlaatste dag
ik ben er
kletskoude warmte
ga zitten, daar
en laat mij, laat mij
dit is mijn sluis
dat is jouw water
je bent er nietnietniet
vlassen slierten mengen zich
in het kikkerdril
het is heel stil
nachten die verlengen zich
tot het einde aller nachten
turend in het riet
hoort zij de wind
hoort zij een zucht
je bent er wel
je bent er niet

zal altijd blijven wachten

ONTDOEN VAN SPOKEN

Ik heb een oude jas
al zeker twintig jaar
ik heb hem op de kop getikt
ik vond het stoer en zwaar
met kopergele knopen
schitterend in de zon.
‘n tweedehandsje, weet  je wel
hij ruikt nog steeds heel raar
naar paardestront en aceton,
naar olieverf en machinisten,
naar benzinepomp en ozonlaag
en sinaasappelkisten.
mijn oude jas beschermt mij  vaag
bij zon niet en bij regen
zit hij soms strak en soms te wijd
kan ik me niet bewegen
al is die groot voor twee
pas jij er niet eens bij
en dat terwijl jij lekker ruikt
Ik denk dat ik hem eens laat hangen
in een louche kroeg
zal ik er plotsklaps naar verlangen
heb aan jou genoeg
mijn lief
(Dag schat, ik  heb een nieuwe jas
zomaar ergens gevonden...)
Ik zal maar niet vragen , waar.....

 

C. Th. Beentjes

SPOOKBEELD

Een duwtje in de rug.
Indringend kijkt ze me aan.
“Je hebt het nodig!”,
zegt ze vol overtuiging.
“Gewoon een duwtje in de rug.
Wat is daar verdomme nou zo moeilijk aan??
Sta niet te kijken dan.. ga er op af!!”

“Het is niks meer dan
een duwtje in de rug,
goed bedoeld hoor, zonder verplichtingen.
En je zei zelf ook dat je het wou.
En nu sta je daar besluiteloos
en aarzelend.
Moet ik je nu echt overal
bij alles dat je onderneemt,
een duwtje in de rug geven?”

Als ik het kan,
als ik het durf,
ik ben zelfs een vrouw,
waarom jij dan niet?
Zelfs niet met een duwtje in de rug?
Ik vind je een slapjanus
dat je nu opeens niét meer wilt bungeejumpen.

SOMS ZOU IK WILLEN

Soms zou ik willen
dat ik blaffen kon
als een hond
in de nacht
om het onbekende.





Albert Dorrestein


DOOD

Veracht de dood en kom terug.
Jouw vergezichten maken mij beter.
Waar jij de deur naar mijn toekomst bent,
is de trilling van het riet mijn nieuwe hoop.
Je blijft, ook al ben je er misschien niet,
je zingt waar ik de toon kwijt ben,
je geniet terwijl ik moeizaam zucht,
want de rietzanger heeft het laatste woord.

EEN DUWTJE IN DE RUG

Een duwtje in de rug
had voor mij niet gehoeven.
Van jou ben ik andere dingen gewend,
maar daar heb ik het liever nu niet over.
Ik word wat onpasselijk
van telkens opstaan voor jou.
Houd je handen dus thuis,
dan zijn wij straks 40 jaar getrouwd.